verschließbares
( af ) sluitbaar
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
( af ) sluitbaar
subtiel, fijn, scherpzinnig
( grondig ) kennen, goed bekend zijn, goed op de hoogte zijn
opmaken, afleiden, concluderen
oppoken, oprakelen
burlen, ( bronstig ) loeien
elaboraat
het aanvliegen, aanvliegroute
socialiseren
tegenoverstellen, inbrengen tegen