subtrahierend
aftrekken, subtraheren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
aftrekken, subtraheren
goed van de tongriem gesneden, welbespraakt
instrueren, op de hoogte brengen
lastigvallen, bestoken
toegangsweg
fiasco, echec, mislukking
eng, smal, nauw
veranderen, wijzigen, variëren
lichaamsdeel
inschuiven, naar binnen schuiven