krächzend
krassen, hees spreken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
krassen, hees spreken
taartschep
uitsteken, uitspringen
steeds zwakker gloeien, vergloeien
meespelen, meedoen, meewerken
krijgszuchtig, oorlogszuchtig, krijgshaftig
overreden, overhalen
mop, grap
apathisch, ongevoelig
wantrouwig, achterdochtig, argwanend