herrschend
heersen, regeren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
heersen, regeren
telefoongesprek, telefoontje
vervallen, verkommeren, in verval raken
ontwikkeld, beschaafd, met niveau
obsessief
draagwijdte, portee, dracht, betekenis
met een ( sterke ) eigen wil, eigenzinnig
leeuwen ( aan ) deel
helemaal afbranden
meesleuren, ( rollend ) bedelven, overrijden, omverrijden