lagertest
opslaan, opleggen, bewaren, ( op ) stapelen, opbergen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
opslaan, opleggen, bewaren, ( op ) stapelen, opbergen
legen, ledigen, leegmaken
gek idee, zotte inval
gehoorzamen
verwilderen
getroffen
verslechteren, slechter maken, verergeren
druïde
vastzitten, aan de grond zitten
dik ( vloeibaar ), stroperig, viskeus, langzaamrijdend