wohlere
wel, gezond, lekker
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
wel, gezond, lekker
verstijven, stollen
Teutoons
economisch handelen, huishouden
leiden, de leiding hebben, vooraan staan
met een attest bekrachtigen, bevestigen
heup
krantenbericht
( hout ) blok, brok, klomp
gewennen, laten wennen, acclimatiseren