erfreulich
verheugend, verblijdend, aangenaam
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
verheugend, verblijdend, aangenaam
weerzin, walging
scheidsrechterlijke uitspraak, scheidsrechterlijk vonnis, arbitrale uitspraak
opzettelijk, met opzet, expres
dialectisch
identiek
zonderling, grillig, buitenissig
noemen, benoemen, aanwijzen
zadelen
kwellend, pijnlijk, martelend