belohn
belonen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
belonen
ongestoord, ongehinderd, onverstoord
kieskeurig, veeleisend, lastig
( op het gebied ) van de geesteswetenschappen, alfa-
banen
tafelen, dineren
diepzwart, inzwart
ideëel
aardig, leuk, sympathiek
buis, pijp ( leiding ), koker