Koalition
coalitie, verbond
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
coalitie, verbond
wederrechtelijk, onwettig, illegaal
duidelijk ( zichtbaar )
verstandig, schrander, knap
trimmen
nietsvermoedend, onwetend, argeloos
sturen, zenden, uitzenden, detacheren, afvaardigen, delegeren
rijkelijk, royaal, overvloedig
terugzien, weerzien
treurig, droevig, bedroefd, triest