untrüglicher
onbedrieglijk, onfeilbaar, zeker, onmiskenbaar
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
onbedrieglijk, onfeilbaar, zeker, onmiskenbaar
afstandelijk, koel, terughoudend
grootscheepse actie, grote inzet, het uitrukken met groot materieel
radar ( installatie )
economisch
minst, geringst
verzengen, verschroeien
binnentreden, binnenkomen
zoomen
naar buiten, er uit