zartest
aanvallig, pril, zacht
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
aanvallig, pril, zacht
appetijtelijk, smakelijk, lekker
vierregelig (e) strofe, kwatrijn
schaamteloos, onbeschaamd
met veel plooien
afscheppen, wegscheppen, afschuimen
kletsen, kletteren, klotsen, slaan
iem aan zijn kop zaniken, malen
zacht, langzaam
volgorde, opeenvolging, aaneenschakeling, reeks