grenzend
grenzen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
grenzen
( open ) prikken, stuk steken
kennissenkring
vastplakken, vast blijven kleven
om ( ver ) gooien
aanmatigend, arrogant
bewijzen, aantonen, het bewijs leveren van, staven
paffen, paffend roken
rinkelen, rinkinken
schatrijk