bespritzest
bespuiten, besproeien
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
bespuiten, besproeien
totaal, ( ge ) heel, alle, al de
uitbroeden, bedenken, verzinnen
Engels
splijten, splitsen, kloven, verdelen, verscheuren
relevant, van belang
beek, riviertje
woonplaats, domicilie
ratelen, knetteren, ronken
gistmiddel