Abbruch
afbraak, het afbreken, sloop
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afbraak, het afbreken, sloop
ivoren toren
vervloeken, verwensen
gewillig, volgzaam, gedwee, meegaand
invallen, te binnen schieten
( verkennings ) patrouille
vliegend
achterdochtig, wantrouwig
slag van het noodlot, ( zware ) beproeving
verrichten, doen, uitvoeren