servilerer
serviel, slaafs, onderdanig
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
serviel, slaafs, onderdanig
versieren, opsieren, tooien
toeten, toeteren, blazen, tuten
( uit ) borstelen, afborstelen
passiviteit
( grondige ) behandeling
onhandig, lomp, onnozel
meerijder
samenvallen, op hetzelfde tijdstip plaatsvinden
uitwateren