gewisser
zeker, bepaald
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
zeker, bepaald
nabetalen, achteraf bijbetalen
badend in het zweet, met zweet bedekt, bezweet
heenkomen, te boven komen
koken, zieden
schemeren, dagen
coördineren, op elkaar afstemmen
kloppen, slaan
( schoen ) veter
uitvallen, wegvallen, loslaten