treueste
trouw, getrouw
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
trouw, getrouw
wanhopen, vertwijfelen, wanhopig worden
inconsequent, onlogisch
geëxponeerd
Estlands, Ests
eraan gaan, omkomen
drug, verdovend middel
zoals bewezen is, aantoonbaar
onrealistisch, in hogere sferen ( verkerend )
plattrappen, vertrappen, vertreden