imitieren
imiteren, nabootsen, nadoen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
imiteren, nabootsen, nadoen
klaarblijkelijk, kennelijk, blijkbaar
ironisch
vermetel, aanmatigend, gewaagd
( ver ) wonderlijk, verbazend
serviel, slaafs, onderdanig
solidariseren
zonder bijzondere gebeurtenissen
het toestromen, toevloed, watertoevoer
voortzetten, vervolgen, continueren