kocht
koken, zieden
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
koken, zieden
hemelsblauw, azuur
zonder klacht, zonder te klagen
roodharig, met rood haar
boven de partijen staand, neutraal
vanouds ingezeten
tralierooster
buitenaards, buitenwerelds
( op ) vullen, volstoppen
belasten, belasting ( en ) heffen op