relativerem
relatief, betrekkelijk
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
relatief, betrekkelijk
klaarblijkelijk, kennelijk, blijkbaar
opdrukken
stukgoed
dubieus, onzeker, twijfelachtig
besmetten
tablet chocola ( de )
stoppen, stilstaan
brandbaar
spieden, uitkijken, loeren, gluren