abzahlte
afbetalen, terugbetalen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afbetalen, terugbetalen
mee-eter, comedo
onnozel, naïef, simpel
toejuichen, toejubelen
lanceren
lommerd, bank van lening, pandjeshuis
honderdtal
immoreel, onzedelijk
vermommen, verkleden
serie, voorronde, tussenronde