gesundschrumpftet
afslanken, inkrimpen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afslanken, inkrimpen
er omheen slaan
omkeren, stulpen, omslaan, omdraaien
feliciteren, gelukwensen
de Bondsrepubliek Duitsland betreffend, Duits
weerklank, weergalm, echo
onwankelbaar, onwrikbaar, onverstoorbaar
zonsopgang
harpoeneren
verdwalen, de weg kwijtraken