niedergeschlagensten
terneergeslagen, moedeloos, neerslachtig
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
terneergeslagen, moedeloos, neerslachtig
levensgevaarlijk
ongelukkig, troosteloos, onfortuinlijk
uiteenvallen, vervallen, vergaan, verweren
regulatief, regelend, regulerend
impulsief
binnenbrengen
verwaand
bloedrood
schuin, hellend, scheef, schuin