aufrüstetet
zich bewapenen, de bewapening opvoeren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
zich bewapenen, de bewapening opvoeren
ophangen
scenario
stamelen, stotteren, hakkelen
luidruchtig, lawaaierig, druk
huis en erf, hoeve, boerderij
onvoorwaardelijk, volstrekt
onvermoeibaar
afgieten, weggieten
stok, ( hockey ) stick, ( biljart ) keu