Exporteure
exporteur
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
exporteur
vleesworst
opschuiven, aansluiten
gemeen, laag ( hartig ), ordinair
onbetekenend, onbeduidend, onbelangrijk
kersenpit
rationeel, doelmatig, weldoordacht
irreëel, onwerkelijk
doen rijpen
formuleren