vermählen
huwen, trouwen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
huwen, trouwen
neutraal van smaak
zich bewapenen, de bewapening opvoeren
benijdenswaardig
in ’t honderd gelopen, vastgelopen, misgelopen
holte
controleren, aan een controle onderwerpen
op contact met anderen gesteld, toegankelijk, open
onwillekeurig
intrigant