Daten
gegevens, data, feiten, informatie
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
gegevens, data, feiten, informatie
onbesproken ( van gedrag ), van onbesproken gedrag
passend, gepast, adequaat
( onderweg ) instappen
patriottisch, vaderlandslievend
( open ) prikken, stuk steken
kramp, stuip ( trekking )
onderrichten, onderwijzen, leren, instrueren
schaden, schade berokkenen, benadelen, nadeel toebrengen
besluiteloos, weifelend