unappetitlich
onsmakelijk, onappetijtelijk, onfris
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
onsmakelijk, onappetijtelijk, onfris
onpasselijkheid
vóórzeggen, voorspreken, reciteren
bewustzijn, besef
apparaat, toestel
kleurenfilm
éclat, sensatie, schandaal
nadelig, schadelijk, ongunstig
snuffelen, rommelen
indelen bij