gehörst
( be ) horen, toebehoren, zijn van, toekomen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
( be ) horen, toebehoren, zijn van, toekomen
( helemaal ) verdelen, opdelen, uitdelen
omzomen
honend, smalend
vertrouwelijk, geheim
degraderen
snateren
wakker
sporadisch, nu en dan
onverantwoord, onvergeeflijk