ausspannst
uitrusten, zich ontspannen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
uitrusten, zich ontspannen
tanken
snel, vlug, gauw, hard
karaf
zich bewapenen, de bewapening opvoeren
regenbui
vakkundig, deskundig
desolaat, troosteloos, verlaten
mollig, volslank, dik
transparant, doorzichtig, doorschijnend