anvertraue
toevertrouwen, in vertrouwen geven
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
toevertrouwen, in vertrouwen geven
ontrouw, trouweloos
dichtschroeven, dichtdraaien
overvaren, oversteken
kronkelen, slingeren, schuiven, kruipen
gek worden
parket ( vloer )
( achter ) nazenden
argumenteren, bewijzen aanvoeren
afgezaagd