einzusparen
besparen, ( weg ) bezuinigen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
besparen, ( weg ) bezuinigen
effectvol in de reclame, propagandistisch
afkoelen, bekoelen, koel ( er ) worden
organiseren
tafeltennis, pingpong
komen ( voor ), gerekend worden tot
schoenlappen, schoenen maken
met ernstige gevolgen
verkopen, van de hand doen
helpen, steunen, behulpzaam zijn